Bestel een gesigneerd exemplaar

Handboek voor de Vinex-jager

Categorieën

Archief

Nrc.next week: de kater komt later

(meneer staat deze en volgende week dagelijks in nrc.next)

Bananen, Bloody mary’s, vitamine B, amandelen, kippensoep, rauwe kool, ei en een kransje van peterselie om je nek. Allemaal vermeende remedies om het grootste nadeel van het drinken van alcohol (vooruit: naast dik worden, verslaving, en spijtinducerende aankopen, auto-ongelukken en onenightstands) te bezweren. Want de kater, die komt inderdaad later. Hoe zit dat? De houten kop en aanverwante klachten hebben meerdere oorzaken. Allereerst zijn het ordinaire ontwenningsverschijnselen. Jij en je lichaam moeten het harde leven weer aan, zonder de zoete verdoving van de alcohol. Dat doet fysiek pijn. Daarom helpt een laatste glaasje bij opstaan ook zo goed. Levensgevaarlijk natuurlijk. Bijproducten (onzuiverheden) uit het fermentatieproces waaruit de alcohol wordt gevormd geven daarnaast een lichte mate van vergiftiging. Wodka, alcohol vrijwel zonder toevoegingen, veroorzaakt dan ook veel minder katerklachten dan ‘onzuivere’ dranken als rode wijn of whisky. Tenslotte zet alcohol de nieren aan tot extra vochtafscheiding. Dit leidt tot de bonkende koppijn en het dode vogeltje in je mond (niet te verwarren met het dode muisje na een nacht doorhalen met je nieuwe Chinese vrienden). Ik zelf zweer daarom bij het innemen van een liter water en een aspirientje of twee vóór het naar bed gaan. Je moet er weliswaar midden in de nacht, of halverwege de ochtend of middag al naar gelang de duur en timing van je drinkfestijn, uit om te plassen,  maar liever goedgemutst klateren dan doormaffen met een houten kop, zei mijn moeder altijd. ‘Zuiver’ drinken en water drinken zijn dus twee anti-katermethoden die het probleem bij de bron aanpakken. En niet drinken (of niet stoppen) natuurlijk, bovenal. De feilloze katerremedie voor als het dan toch mis gaat is helaas nog niet gevonden, alle op zondagochtend in paniek bij elkaar gegoogelde huishoudtrucjes ten spijt. Enig wetenschappelijk bewijs is er, naast voorgenoemde trucjes, voor de volgende ingrediënten: het aminozuur n-acetyl-cysteïne (cysteïne zit ook veel in ei), extra zuurstof, tolfenaminezuur, vitamine B6, en chloormethiazole (pas op: een verslavende drug, je wilt geen nieuw probleem). Ik zou zeggen: gooi ze in de blender en hoop op het beste. Of maak de shake waar Elizabeth Taylor bij zwoor. Ze is in ieder geval ervaringsdeskundige.

  • 1 deciliter koude bouillon met veel zout en peper
  • sap van een citroen
  • mespuntje mosterd
  • ‘net genoeg’ wodka.

Dien op in een glas met ijsblokjes.

Sterkte.

July 30th, 2010
Bookmark and Share

Nrc.next week: shaken of stirred

(meneer staat deze en volgende week dagelijks in nrc.next)

We zijn deze hele week aan de drank. Maandag en dinsdag leerden we hoe je water in wijn verandert en gisteren deelden we vijf brooddrank en twee schelvispekel tot een grote hoeveelheid, althans een hoog percentage, alcohol. Vandaag  gaan we van de ene drank de andere maken: cocktails, drankjes naar mijn hart. Ik begon mijn alcoholistencarrière op 16-jarige leeftijd niet zoals mijn klasgenoten met bier of Shandy, maar met felgekleurde en mierzoete cocktails met namen als Sex on the Beach en Banana Cow.  Ik stond onder de brug jaren bekend als de ‘chickdrinkdrinker’. En hoewel ik inmiddels een wat volwassener smaak heb ontwikkeld laat ik mijn 20 jaar oude single malt whisky nog altijd bij voorkeur serveren in een uitgeholde ananas met een parapluutje.

De Mojito, bestaande uit rum, suiker, suikersiroop, limoensap en munt, geldt als de eerste cocktail ter wereld. Het recept stamt uit de 16e eeuw en was toen populair onder Cubaanse zeemannen. Echt populair werden cocktails pas in de 19e eeuw.  Gin-tonic stamt bijvoorbeeld uit die tijd. Hij werd ontdekt in Brits-Indië, waar kininewater (een anti-malariamiddel) dankzij gin drinkbaar werd gemaakt. Als men nou vroeger in Nederland ter bevordering van de smaak wat jenever bij de levertraan had geschonken, wie weet wat voor Hollands mixdrankje we dan tegenwoordig zouden drinken. Hips Holland Hips. De jaren ’50 van de vorige eeuw betekende de opkomst van de zoete cocktails. Klassiekers als Piña Colada (witte rum, ananassap en kokosmelk), de Tequila Sunrise (tequila, crème de cassis en sodawater of  tequila, sinaasappelsap en granaatappelsiroop) en de Mai Tai (rum, ananassap, sinaasappel- en/of limoensap en munt) stammen uit deze tijd.  Over de herkomst van de cocktail der cocktails, de Martini is men het niet eens.  Mogelijk is deze, evenals de boekdrukkunst en Brazilië, meerdere keren ontdekt. Hét Martini-recept bestaat evenmin. Er zijn meerdere kookboeken volledig aan Martinirecepten gewijd en die bevatten zelden minder dan 200 recepten. De basisingrediënten zijn in ieder geval gin en vermout. Aardig is dat de verhoudingen hiervan nogal verschoven zijn over de tijd. Waar men oorspronkelijk 1:4 schonk, is de standaard nu ongeveer 4:1. Maar de liefhebber van een waarlijk droge dry martini vindt een glas pure gin waar de barkeeper slechts beetje van de zojuist door hem gedronken vermout overheen ademt pas dry genoeg.

Ingrediënten voor een klassieke Martini

  • vier delen gin
  • één deel droge vermout
  • een olijf of een licht gekneusd schilletje citroen

Serveer in een koud glas, zonder ijs. Shaken of stirred, dat mag je zelf weten.

July 29th, 2010
Bookmark and Share

nrc.next week: meer alcohol maken

(meneer staat deze en volgende week dagelijks in nrc.next)

Zelf je eigen cider of bramenwijn maken is leuk, maar zoals eerder uitgelegd zal je thuisbrouwsel nooit meer dan ongeveer 15% alcohol bevatten. Meestal mag je met een procentje of 10 zelfs al heel tevreden zijn. Daar doet de Dorstige Drinker het natuurlijk niet voor. Gelukkig bestaat er een methode om van een beetje alcohol veel alcohol te maken. De Chinezen (daar zijn ze weer) hadden namelijk al een paar duizend jaar geleden door dat afgekoelde damp van verwarmde babymuizenwijn meer alcohol bevatte dan het origineel. Eureka, riep men, en doopte het proces met de typisch Chinese naam ‘destilleren’. Het duurde overigens nog wel een aantal eeuwen voor men erachter kwam dat er door middel van hetzelfde proces ook Bacardi-Cola en Passoa-Jus gemaakt kon worden. Men beschouwde alcohol toen nog voornamelijk als medicijn.

De truc van het destilleren zit hem in de verschillende kookpunten van alcohol en water. Alcohol kookt, en verdampt, bij een lagere temperatuur dan water, namelijk 78 graden. Dat betekent dat als je een alcoholhoudende vloeistof zoals wijn verhit, de alcohol als eerste verdampt. Wanneer je deze dampen vervolgens afkoelt, bevat je destillaat naast wat van de geurstoffen uit de wijn, al snel zo’n 30 tot 40% alcohol. Mik je dit in een eikenhouten vaatje dan heb je een paar maanden later cognac. Het is allemaal zo makkelijk. Zo maak je calvados van gestookte cider, rum van gestookte suikerrietwijn en jenever van gestookte graanwijn (moutwijn) opgeleukt met een handje jeneverbessen.

Er bestaat nog een andere, thuis iets eenvoudiger (en legaler) uit te voeren methode om het alcoholpercentage van je brouwsel te pimpen. Die eigenwijze alcohol onderscheidt zich namelijk niet alleen van water door z’n kookpunt, maar ook door z’n vries- danwel dooipunt (-14 graden). Dat betekent dat als je een in je driesterrenvriesvak bevroren fles bramenwijn laat ontdooien, het eerste dooisel relatief veel alcohol bevat. ’t Is een soort inverse destilleren: vriesdestilleren.

Ingrediënten voor twee glazen sterke drank:

  • een vriezer of driesterrenvriesvak
  • een liter lichtalcoholische drank naar keus
  • een paar ijsblokjeszakken
  • een zeef of vergiet
  • een kom

Verdeel de drank over zakjes. Wanneer alles keihard is bevroren, leg je de drankijsblokjes in het vergiet en laat je ze langzaam ontdooien. Vang het lekkende sap op. Wanneer ongeveer de helft van het ijs is ontdooit, of wanneer het resterende ijs erg waterig gaat smaken, kun je stoppen.  Lekker en legaal.

July 28th, 2010
Bookmark and Share

nrc.next week: de bubbels

(meneer staat deze en volgende week dagelijks in nrc.next)

Lekker hoor, die zelfgemaakte bramenwijn van gisteren. Althans, dat weten we eigenlijk pas over een jaar. Er kan nog van alles mis gaan waardoor de wijn uiteindelijk ondrinkbaar blijkt. Verkeerde gisten, te weinig of teveel suiker, onduidelijke diertjes, exploderende flessen, voedselvergiftiging, ik heb het allemaal wel eens meegemaakt. Dat was dan per ongeluk. Er zijn ook mensen die willens en wetens de meest verschrikkelijke dranken fabriceren en naar binnen werken. Ik noem slechts Baby Mice Wine. Ja, dat is wat je denkt dat het is, rijstwijn die op smaak wordt gebracht met twee of drie dagen oude babymuisjes. Populair in Korea en China. Zal wel iets te maken hebben met gezondheid, viriliteit en eeuwig leven ofzo. Van jou dan, niet van de muisjes.  Ook  spannend: de New Jersey Turnpike. Waarschijnlijk ooit verzonnen als gruwelijke straf voor het verliezen van een of andere weddenschap. Denk aan de kroeg, zaterdagnacht, een kwartier voor sluitingstijd. Buiten wordt het al licht. Neem een glas en knijp daarin de die avond verzamelde inhoud van de barmatjes en vaatdoekjes uit. Santé. Maar laten we deze randdebilaire ranzigheid ter onpasselijk makende kennisgeving aannemen (en weer vergeten) en snel overstappen naar de andere kant van het spectrum. Die van frisheid, hipheid en de zomer: de bubbels. Onze vrienden de gistcellen maken, naast alcohol, namelijk van suiker ook nog iets anders fijns: koolzuur. En die prettig prikkelende belletjes (en het ontbreken van babymuisjes en zompige pindaschillen) is wat champagne, prosecco en cider zo onweerstaanbaar maakt. De truc van zit hem in het nagisten in de afgesloten fles, waardoor het koolzuur niet weg kan.  En laten we dat nou net ook prima thuis kunnen doen?

Recept: Appelcider

Ingrediënten, (zie ook gisteren):

  • Een emmer van voedselbestendig plastic
  • Elastiek
  • plastic folie
  • 10 kilo zoete appels
  • Een half zakje gist
  • 50 gram suiker
  • een half pak sinaasappelsap

Laat de appels in een plastic zak in de vriezer goed bevriezen. Ontdooi ze vervolgens en vang het lekkende sap op. Pers er met geweld (een aardappelstamper?) ook het laatste sap uit. Maak een giststarter bestaande uit gist, suiker en sinaasappelsap zoals gisteren beschreven. Voeg de giststarter, maar géén extra suiker of babymuisjes, aan het sap toe. Dek de sapemmer af met plasticfolie en zet de folie losjes vast met het elastiek. Laat in twee maanden uitgisten. Bottel de cider in PET flessen, en doe in iedere fles twee theelepeltjes suiker. Dit geeft de nog aanwezige gistcellen weer een kickstart. Je bubbels zijn al heel Jan des Bouvrie-waardig na een paar maanden.

July 27th, 2010
Bookmark and Share

Nrc.next week

(meneer staat de komende twee weken elke dag in nrc.next)

Zo, Janneke is weer een paar weekjes de hort op. Kunnen wij elkaar eens fijn diep in de ogen kijken en het hebben over Dingen Die Er Toe Doen. Onder het genot van een goed glas wijn, natuurlijk. Zelfgemaakt. Want zelf drank maken is namelijk helemaal niet moeilijk.

De alcohol in wijn, of enige andere drank, is een bijproduct van gistcellen bij het verwerken van suikers. Deze cellen eten dus suiker en plassen alcohol. Wat een leven. Helaas zit daar wel een limiet aan. Bij een alcoholpercentage van 15% overlijden de gistcellen, vergiftigd door hun eigen uitwerpselen. Wat een dood. Dat maakt dat je zonder kunstgrepen nooit drank kunt maken met meer alcohol dan het  voorgenoemd percentage. Die gist is verbazingwekkend makkelijk te krijgen. Broodgist uit de supermarkt kan gerust voor een eerste zelfbrouwpoging. En suiker, dat vormt evenmin een probleem. Dat vind je gewoon in je keukenkastje. Lekkerder wordt het natuurlijk als je de suiker uit fruit gebruikt. Denk aan druiven, uiteraard, maar ook appelen, pruimen,  vlierbessen of bramen.

Ingrediënten voor een eenvoudige bramendessertwijn

  • een emmer van voedselbestendig plastic (met een beetje mazzel gratis te halen bij de lokale snackbar)
  • elastiek
  • plastic folie
  • een half zakje gist
  • 1,5 kilo kristalsuiker
  • 3 kilo rijpe bramen (zie www.wildplukwijzer.nl voor openbare vindplaatsen)
  • 2,5 liter water
  • een halve liter sinaasappelsap
  • een stuk slang om te hevelen

Breng, een dag voordat je de wijn gaat maken, de sinaasappelsap in een pan met 50 gram suiker aan de kook en laat afkoelen tot kamertemperatuur. Klop er met een garde lucht in. Doe de gist erbij en laat het mengsel een dagje staan. De gist zal zich vermenigvuldigen.

Was de bramen en stamp ze fijn in de emmer. Los de suiker op in het water en voeg dit toe aan je bramenpulp. Meng er je gistsmurrie doorheen. Dek de emmer af met plasticfolie en zet de folie losjes vast met het elastiek. Zo kan het koolzuurgas ontsnappen langs de randen. Zet de emmer op een warme plaats. Roer regelmatig. Giet of hevel na ongeveer een week de wijn af van de bramenpulp. Pers de rest goed uit. Zet de bramenwijn, met nieuw folie, op een koelere plek (een graad of 15) tot hij na twee maanden tot zes maanden gebotteld kan worden. Hevel je wijn in  schone wijn- of PET flessen, en laat hem nog een half jaar verder rijpen alvorens hem te ontkurken. Niet al te verfijnd en of hij lekker is moeten we nog maar zien, maar hij’s wel zelfgemaakt. En dat is wat er toe doet.

July 26th, 2010
Bookmark and Share

Vroegâh was alles hetzelfde

Meneer was het helemaal vergeten. In 2005, toen meneer zich nog niet achter pseudoniemen verschool, nog niet van de aankoop van elk waterijsje een mediaspektakel maakte, geen enkele grijze haar had en witte driekwart-broeken droeg, toen dus, maakte meneer ook al kaas. Hij maakte er zelfs opnamen van. Met een beetje 2010-style editen is het nog best een aardig filmpje geworden.

May 27th, 2010
Bookmark and Share

Leuk! Parool artikel #undergroundboerenmarkt

Weet u nog, de #undergroundboerenmarkt van vorige week. Het Parool was er ook, en interviewde organisator Marjan Ippel en enkele microproducenten. Het is een geweldig leuk stuk geworden, met dé openingszin van 2010: “er hangt een worst in je haar”. U zult begrijpen dat de gerookte parasolbungelaars van meneer een prominente rol spelen.

Dus ren allemaal naar uw boekhandel en haal de zaterdagkrant. En als u daar toch staat, vraag dan gelijk even of uw boekverkoper wel voldoende exemplaren van meneer’s Handboek voor de Vinex-jager ingekocht heeft. Volgende week maandag, 31 mei, zou het in de schappen moeten liggen. Met dit handboek in de hand staat op de volgende #undergroundboerenmarkt, gewoon zélf gedroogde worsten te verkopen. Of stadsduivenpaté. Of zelfgemaakte camembert. Of zelfgestookte alcohol. Mocht u er overigens wat voor voelen om in groepsverband één van deze vaardigheden live door meneer Wateetons en Sjoerd Mulder aangeleerd te krijgen, neem dan contact op met meneer. Hij en Sjoerd zijn voornemens binnenkort met een serie Vinex-jagerworkshops de markt te bestormen.

Oh, en nee, meneer Wateetons heet géén Sjoerd Mulder, hij schreef het boek samen mét Sjoerd Mulder, de stadsjager van de Wallen. Of zoiets.

Update: en omdat de krant van dinsdag al weer bijna op de mat ligt, hier de scans van het artikel uit het PS van de week van afgelopen zaterdag.

May 22nd, 2010
Bookmark and Share

Zelf chocolade maken, dat kan natuurlijk ook. Of niet.

poging 2

In de zoektocht van meneer en mevrouw naar een acceptabele Swiss Noir vervanger mag één optie natuurlijk niet overgeslagen worden. Zelf 72%+ chocolade maken. Het zou meneer’s eer te na zijn. Potverdrie.

Voor het maken van chocolade heb je cacaoboter, suiker, cacao en lecithine nodig. Daar verrezen de eerste problemen. Cacaoboter, dat heeft meneer niet liggen. En nee, Choba volstaat niet. Laten we het over lecithine, een emulgator, maar helemaal niet hebben. Alhoewel, in zijn bodybuildingtijd slikte meneer dat nog wel eens. Het deed niet veel, maar het was wel goedkoop. Zijn bodybuilderstijd, een enkele rollende biceps daargelaten, ligt echter achter hem en zijn voorraad lecithine daarmee ook. Maar, wat wil het toeval? Witte chocolade (the horror), bestaat uit cacaoboter, suiker en, heck, misschien ook wel lechitine. Het moet toch een koud kunstje zijn om daar door het toevoegen van de juiste hoeveelheid cacaopoeder een 72% reep van de te maken? ‘t Is niet volwaardig ‘zelf maken’, maar een lecithineloze moet ergens beginnen.

Meneer nam een reep witte chocolade van 75 gram. Om in het eindproduct ongeveer 72% cacao te hebben moest daar volgens zijn berekening ongeveer 175 gram cacao bij (175/250=.7). Dat bleek een waanzinnige berg cacaopoeder, voor een miezerig reepje. Skeptisch brak meneer zijn reepje in stukjes en smolt hem in de magnetron. (Ik mag wel zeggen dat dingen skeptisch in de magnetron verhitten een van de grote talenten van meneer is). Bij het mengen werd het onmiddellijk duidelijk. Dit was VEEL TE VEEL cacao. Of VEEL TE WEINIG witte chocolade. Daar wil hij VANAF zijn. Met nog ruim tweederde van de cacao onverwerkt in poedervorm was de chocolade al een plakkerige, onwerkbare klomp geworden. Het toevoegen van wat melk was het enige wat het nog kon redden. Deze diepzwarte chocopasta smeerde meneer uit en liet hij afkoelen in de koelkast. Mevrouw Wateetons vond het naar brownie smaken. En dat deed het. Dikke, plakkerige, zachte brownie. Niet onsmakelijk, maar geen 72% of any% chocolade.

Gelukkig had meneer nog een reservereep en een reservehumeur. Dit maal hield hij de hoeveelheid cacaopoeder bij een eetlepel of twee, zo’n 15 gram. Een percentage of 18. De naam melk- nauwelijks waardig. Maar, na uiterst skeptisch smelten en roeren leverde dit een alleszins betere substantie op, die ook na afkoeling verdraaid veel leek op heel behoorlijke chocolade. Iets pittiger dan gewone melkchocolade, en met een goede bite. Mevrouw Wateetons was ook tevreden. Al vond ze het nog steeds naar brownie smaken. Van the horror-chocolade hmm-ach-tja-niet-onaardig-chocolade maken, dat lukt dus. Nu op zoek naar cacaoboter en lecithine voor échte zelfgemaakte chocolade en een pompende pectoris major.

En nog eens mijn cacao-percentage som laten doorrekenen door het CBS.

April 29th, 2010
Bookmark and Share

Watreeptons

Meneer [hartje] zijn lezers!

Bedankt @vamos!

April 26th, 2010
Bookmark and Share

Kaasgriebels

Hij heeft ze vorsend aangekeken. Op de trap gezet. Twee weken zakgeld onthouden. Maar nee, de bacteriën op meneer’s kaas doen niet wat hij wil. Wat ze wel doen is de kaas glibberig maken, zacht en papperig. Zowel die in de koelkast, als die in de minder koele berging. Alleen ging het in die laatste wat sneller. En met een sterkere geur gepaard. Ook was er geen verschil te bemerken tussen de kazen die met een commerciele danwel zelfgemaakte bacteriecultuur werden gerijpt. Allemaal smerig. De kaas werd zo papperig dat er van het ‘wassen van de korst’ geen sprake meer kon zijn. Elke veeg met een in pekel gedoopte keukenrol stroopte een halve centimeter van de buitenkant af. En dan de kleur, vagelijk oranje, maar met een alarmerend groene zweem. Waar hebben we dat eerder gezien?

Enfin, de kazen zijn met bacteriën en al in de prullenbak verdwenen. En meneer zit voor straf twee weken op de trap. Zonder zakgeld.

April 13th, 2010
Bookmark and Share

Reeds welriekende kaaskriebels

March 30th, 2010
Bookmark and Share

Kaaskriebels

Een lentezonnetje, buiten lopen met je jas open, sokjesdag, wakker worden én naar huis fietsen terwijl het licht is. Dat moeten wel de oorzaken zijn voor meneer’s recente kaaskriebels. Hoe beter de lente te vieren dan met een slijmerige klont bacteriën in je koelkast? Meneer is een romanticus.

Kaas dus, en dan met name Munster, Epoisse, of Limburger. Een lekkere roodbacteriekaas. Dat is hem nog niet eerder gelukt. Althans, rood: mwoah, bacterie: yep! lekker? Geen idee. Meneer had indertijd een foutje gemaakt: hij had de jonge kaas dagelijks gewassen met een bacterieoplossing, in plaats van met een pekel. Een belangrijk verschil, temeer daar de bacterieoplossing zelf zich binnen enkele dagen bepaald onwelriekend ontwikkelde met evenzo onwelriekende kaasgevolgen. Dit keer doet hij het dus anders. Met pekel. En wetenschappelijk. Of althans, net wetenschappelijk genoeg om interessant te doen in de kroeg of op een weblog, maar net niet wetenschappelijk genoeg om er ook maar enige conclusie aan te kunnen verbinden.

Meneer maakte vier kaasjes van een half pond elk. Over kaas maken hoe ik u niet veel te vertellen toch? Hij liet ze uitdruipen, perste ze niet.

  • Kaas 1 doopte hij in een Penicillium Candidum (camembert schimmel) oplossing en in een Brevibacterium linens (roodbacterie) oplossing. Hij rijpte hem in de koelkast.
  • Kaas 2 doopte hij in een Penicillium Candidum oplossing en in een in water opgeloste stukje korst van een Munsterkaasje). Hij rijpte hem in de koelkast.
  • Kaas 3 doopte hij in een Penicillium Candidum oplossing (en bedankt mevrouw, voor het weggooien van meneer dure schimmeloplossing)  in een Brevibacterium linens oplossing. Hij rijpte hem in de berging (16 graden).
  • Kaas 4 doopte hij in een in water opgeloste stukje korst van een Munsterkaasje. Hij rijpte hem in de berging.

Alles werd bewaard onder hoge luchtvochtigheid (in een plastic doos met de deksel op een kier). Eerste resultaten: de berging meurt al enorm. Dat gaat goed. En nu maar pekelen. U wordt op de hoogte gehouden.

Update: zie de post van 13 april voor een vertrouwde epic fail.

March 27th, 2010
Bookmark and Share

“Aber, wass ist es?”-woche: potje 6

March 23rd, 2010
Bookmark and Share

Kaviaar, dat maken we gewoon zelf

“Geef geen cadeaus, ik heb alles al” verzocht meneer de bezoekers van zijn #followersfeestje. Alles? Neen, niet alles zo bleek. Zoals die verse zalmforel, die had meneer inderdaad nog niet. Touché. Maar nu dus wel. Nu heeft hij dus écht álles. Sterker nog, hij heeft meer dan alles. De 709 gram wegende kakelverse glibbervis bleek een aangename extraatje te bevatten: knapperige eitjes! Meneer kreeg ze uit zijn zalmforel door haar te melken. Een merkwaardig genoegen. Hij melkte en melkte. Tweehondervijftig gram lang. Meer dan een derde van het gewicht van de vis bestond dus uit kuit.

Dochterlief was geschokt: “het was dus een mamavis!”

Maar wat te doen met 250 gram kuit? Proeven natuurlijk, allereerst. Knapperig, een voetzoeker van vis op je tong. Zonder zilte smaak. Die had meneer eigenlijk wel verwacht. Maar ja, een theelepeltje op je blini is grappig, maar een half pond visseneitjes op de zondagmiddag achterover slaan, mwoah. Inmaken dus. Als kaviaar.

Google leverde weinig op. Gelukkig is er dan altijd nog Meester McGee. Hij leerde meneer dat zouten in een pekel, gedurende 2-20 minuten de aangewezen methode is.  Wat nu te doen? Twee minuten, twintig minuten, elf minuten? Meneer maakte een 25% pekel en verdeelde de eitjes in drie porties die hij respectievelijk 5, 10 en 20 minuten in de pekel liet liggen. De eitjes werden er een beetje dof van. Maar wel lekker ziltig. Te ziltig zelfs, in geval van de 20 minuten. Teringtyfuszout, noemt men dat. Een beetje afspoelen hielp zowaar. Het deed ook wonderen voor de helderheid. Die verminderde namelijk nogal door het zout, hoewel dat nu, een aantal dagen later weer in orde is.

Nu liggen ze in meneer’s koelkast. Geconserveerd te zijn? Meneer hoopt het. Hij houdt u op de hoogte.

Oh, en de zalmforel? Die ligt, in moten, in de vriezer.

Een theelepeltje is leuk
March 18th, 2010
Bookmark and Share

Chips maken, dat doen we gewoon zelf. Deel 1.

In de langlopende serie “dingen die u voor minder geld en met minder moeite gewoon in de supermarkt koopt” vandaag: chips.

Enkele weken geleden kocht meneer een frituurpan. Zomaar, opeens. Een stukje opwellingsgebeuren. En het moet gezegd, een bitterballetjes in het gapen der avond blijkt niet te versmaden. Maar de frituurpan biedt meer mogelijkheden dan een borrelhap uit de diepvries. Zelf snacks maken bijvoorbeeld. De frikadel wacht nog op meneer’s ontrafelig. Evenmin heeft meneer ooit zelf een kroket gemaakt, tot zijn schande. Om over de berenklauw of patatje kapsalon maar helemaal niet te spreken. Kortom, met de frituurpan boort meneer een nieuwe veelbelovende oliebron aan.

Maar vandaag dus chips. Die komen ook uit de frituur. Ultraplatte patat is het eigenlijk.

Meneer kocht een zak aardappelen. Die heeft hij normaal nooit in huis, koolhydraten enzo.Met de kaasschaaf, dunschiller en rasp sneed hij de aardappel in dunne plakken. Ongeveer twee of drie millimeter dik. Dat werkte eigenlijk allemaal even goed. De plakjes spoelde hij grondig af in water en depte ze vervolgens weer even grondig droog met keukenpapier. De aardappelplakjes gingen in de frituur, op 190 graden, voor een minuut of drie of vier. Na uitgelekt en met zout besprinkeld te zijn bleken ze precies wat meneer voor ogen had: chips. Crunchy. Vet. Lekker.

Hoe dunner het aardappelschijfje, hoe beter de chip. Dat wel. Een enkel wat dikker plakje was meer een soort plat patatje geworden. Ook lekker, maar niet de bedoeling. En dan nog iets, waardoor er dreigend “deel 1″  in de titel staat. De chips waren te bruin. Niet goudgeel, zoals in de winkel. De smaak was er niet minder om, maar toch. Misschien heeft het met de temperatuur van de olie te maken. Of moet meneer ze twee maal bakken, zoals patat. Hij gaat het uitzoeken en komt terug, met deel 2. Of 3, desnoods.

Gelukkig heeft hij nog genoeg aardappelen.

February 23rd, 2010
Bookmark and Share
volgende pagina »

Wattwitterons

Links

Anthosia3c Sponsored by Web Hosting

Images is enhanced with WordPress Lightbox JS by Zeo