Waarom?
Waarom wordt het nou altijd zo’n verschrikkelijke teringbende als meneer aan het bakken slaat, voor #followersfeestje of anderszins?
Waarom wordt het nou altijd zo’n verschrikkelijke teringbende als meneer aan het bakken slaat, voor #followersfeestje of anderszins?
Hoe geinig. Tijdens een wandelingetje trof meneer in de buurt van huize Wateetons in een volkstuintje een heuse wijngaard aan. Een stok of 50 schat hij. Zou dat wat opleveren?
Voorbereid zijn op een middag vissen op acht forellen en uiteindelijk na een uurtje met twee vertrekken heeft zo z’n voordelen: je houdt wat voer over. Meelwormen!
Tien seconden afspoelen, 5 seconden in de pan, snuifje zout: lekker!
De vlier bloeit! Dus hups, aan de slag met frituren of wijn maken. Of lekker laten hangen natuurlijk en dan over een paar maanden jam, sap of champagne maken. Nog andere ideeen?
Als je een beetje mee wilt tellen in experimenteel kookblog land moet je je vandaag de dag bezig houden met het fermenteren van groente. Meneer probeerde in het verleden al eens mee te tellen. Dat mislukte. Dat was althans de mening van mevrouw die zijn zuurkoolpoging ‘07 ongevraagd ter prullenbak stelde. Misschien was de tijd er nog niet rijp voor. Meneer als mislukte trendsetter.
Zuurkool dus. Het recept dat meneer gebruikte, uit een fijn oranje/geel/bruin gekleurd ‘70 inmaakboek, schreef voor de witte kool fijn te snijden, te zouten en vervolgens te kneuzen met een zwaar voorwerp tot de kool haar vocht vrij zou geven. Meneer kneusde zich suf. Hij kneusde zelfs de schaal, die een week later tijdens een worstbereiding uit elkaar viel. ‘t Is dat meneer flink geld bespaart door zijn zuurkool niet in de winkel te kopen anders was het een dure grap geworden. Erger nog: er gebeurde weinig. De kool ging hoogstens een beetje zweten. En dat terwijl het eindresultaat had moeten zijn dat de kool drijft in z’n eigen vocht. Een dag later was er nog niks veranderd. Een paar lullige druppels vocht onder de kool.
Dat schoot niet op. Tijd voor plan B: in de pekel. Meneer maakte een 5% zout oplossing en goot deze over de kool tot deze onder stond. Deksel erop, handje jeneverbessen erbij en wat rode peper welja, een zoethoutstokje. Lekker gek. Terug naar de berging, bitch. Dat leek beter te werken. Een weekje later was de boel flink aan het fermenteren. Veel troebel en bubbel. Weer een week later was de rust teruggekeerd in de weckpot, het vocht was helder en uitgebubbeld. Drie weken (min een dag) na aanvang van de zuurkool exercitie nam meneer de proef op de kool.
Verhip, het was zuurkool geworden! Frisse zure zuurkool. Met een bite. Misschien iets te veel bite voor een gemiddelde zuurkool. Hij had de kool ook wat grof gesneden. De jeneverbessen kwamen mooi terug in de smaak. De zoethout niet. Gelukkig.

Nu meneer plots vijf dagen per week van huis is (twee meer dan in het afgelopen jaar) en niet zelden pas om half zeven vermoeid Casa Wateetons betreedt, blijft er niet erg veel tijd en energie over om uitgebreid te koken. Althans, niet elke dag om half zeven. Het is genoegzaam bekend dat het zowel voor het humeur van mevrouw áls meneer Wateetons niet bevorderlijk is wanneer mevrouw deze dagelijkse taak op zich neemt en daarom maakt meneer tegenwoordig, één of twee maal per week, een heleboel eten. Zo stonden meneer gisteravond te zweten boven twee pruttelende pannen met in totaal vijf liter stoofschotel. Denk aan een kilo riblappen, handen vol knoflook, een complete winterwortel, een fles wijn, knollen, rapen, specerijen, groen spul, dingen en meer van zulks. Meneer had zich een ongeluk gesneden. (Hij zou u natuurlijk een recept kunnen geven, maar aan recepten doet hij niet meer; een Wateetons-voornemen voor 2009.)
Vandaag stuurt mevrouw Wateetons echter een mailtje: “Ik heb voor vanavond een bamisateding gekocht voor mezelf. Dus je hoeft niks te maken.”
‘t Is fijn hoor, zo’n subtiel compliment voor meneer’s soto-soepje, maar bij eentje had het wel mogen blijven. Neen, mevrouw Wateetons bleef de hele week ziek en wenste elke dag een sotosoepje van meneer. Bluh. Nu is meneer ziek, misselijk.
Maar gelukkig, dankzij wat kruiden, een zakje soto van de toko en de scherpe designblik van meneer had mevrouw Wateetons niks door.
Eindelijk.
Ergens tussen de 5 en 10% van de flessen wijn zou ‘kurk’ hebben. Ofwel: bedorven zijn. Maar meneer kwam er eigenlijk nooit een tegen. En dat kan niet, statistisch gezien. Was meneer dan zo’n waardeloze wijnkenner dat hij een bedorven fles niet van een frisse kon onderscheiden? Maar gelukkig, toen hij vandaag een koele witte Bordeaux open trok om de zomer te vieren rook hij een onfrisse odeur in de hals. Ook de kurk rook een beetje naar oude kelder. En de wijn: bluh, niet verschrikkelijk vies, maar vooral heel erg niet lekker. De gootsteen was haar lot. Sorry, E&T. En kijk: zelfs de kurk had kurk.
Meneer is blij. Een fris hoofd en een herwonnen zelfvertrouwen. Hij kan kurk herkennen.
Mevrouw Wateetons is op vakantie in Portugal en meneer en dochter Wateetons hebben het huis en de keuken voor zichzelf alleen. Dat hebben ze eigenlijk toch altijd al wel, aangezien mevrouw’s culinaire kunsten vooral het bevallig opentrekken van de maaltijdsalades van de AH betreffen. En dat kun je ook in de huiskamer.
Meneer besloot opnieuw draadjesvlees te maken. Hij had de smaak te pakken. Op draadjesvlees.nl vond hij een ‘rundvlees met pindakaas’-recept. Kwam dat even goed uit, er stond nog steeds een pot zelfgemaakte pindakaas in de voorraadkast. Mevrouw lust namelijk geen pindakaas, meneer eet het niet omdat zijn sixpack hem dierbaar is en dochter Wateetons prefereert fabriekspindakaas. Zelfs een poging de pot te slijten als ongevraagd cadeautje strandde omdat mevrouw op weg naar het feestje in de Wateetonsmobiel moest braken en de rest van de avond ijlend op bed doorbracht. Kortom, het had er alle schijn van dat de pot nog lange tijd in de voorraadkast zou staan. Rundvlees met pindakaas dus!
Helaas. Het was weer een mwoah-ervaring. Misschien lag het aan meneer’s pindakaas en misschien aan het recept. Of allebei. Een theelepel laos als belangrijkste smaakmaker op een kilo rundvlees vindt meneer niet erg indrukwekkend. Hij had het, al proevende, nog een beetje proberen te pimpen met extra laos en wat Javaanse suiker. Maar het mocht niet baten. Volgende keer misschien toch maar weer zijn Indonesisch kookboek als inspiratiebron gebruiken. En de pot zelfgemaakte pindakaas lekker in de kast laten.
Anthosia3c Sponsored by Web Hosting