Archive for the 'experimenteerdrift' Category
Nou, hij (of zij) hangt
Nou, hij hangt
Saturday, June 28th, 2008
Meneer kwam erachter dat het plaatsen van een fuik lastiger is dan hij bedacht had. Verder dan een centimeter of 50 uit de waterkant reikt zijn arm niet. En daar is het niet bijzonder diep meestal. En dan moest het ook nog een beetje snel, want de boswachter was in de buurt. Meneer heeft weinig hoop op een maaltje paling morgenochtend.
Meneer kwam erachter dat het plaatsen van een fuik lastiger is dan hij bedacht had. Verder dan een centimeter of 50 uit de waterkant reikt zijn arm niet. En daar is het niet bijzonder diep meestal. En dan moest het ook nog een beetje snel, want de boswachter was in de buurt. Meneer heeft weinig hoop op een maaltje paling morgenochtend.
Zo, die’s binnen
Tuesday, June 24th, 2008
Van paarse stampot en groen water
Tuesday, June 17th, 2008
Bij de Sligro kocht meneer dus truffelaardappeltjes of ‘vitelotte noir’. Voor €2,50 per kilo. Eigenlijk koop je ze vooral voor het funky aanzien, want bijzonder lekker zijn ze niet. Een beetje melig en vrij hard. Maar funky dus, en dat is ook wat waard.
Meneer besloot er een andijviestampotje mee te maken, om het restantje Westmalle draadjesvlees dat hij stiekem achter gehouden had te vergezellen. Wat schetste zijn verbazing tijdens het koken: het water kleurde groen. Een kleine speurtocht op de internetwebs leerde hem dat dit geen optische illusie of bederf betrof maar de normale gang van zaken bij het koken van vitelotte. Maar waarom?! Dat leerde hij dan weer niet. Je hebt er niks aan, dat internet. Gelukkig heeft meneer hoogopgeleide en chemisch onderlegde lezers, dus kom maar op.
Het stampotje was overigens, naast funky, erg lekker.
Bij de Sligro kocht meneer dus truffelaardappeltjes of ‘vitelotte noir’. Voor €2,50 per kilo. Eigenlijk koop je ze vooral voor het funky aanzien, want bijzonder lekker zijn ze niet. Een beetje melig en vrij hard. Maar funky dus, en dat is ook wat waard.
Meneer besloot er een andijviestampotje mee te maken, om het restantje Westmalle draadjesvlees dat hij stiekem achter gehouden had te vergezellen. Wat schetste zijn verbazing tijdens het koken: het water kleurde groen. Een kleine speurtocht op de internetwebs leerde hem dat dit geen optische illusie of bederf betrof maar de normale gang van zaken bij het koken van vitelotte. Maar waarom?! Dat leerde hij dan weer niet. Je hebt er niks aan, dat internet. Gelukkig heeft meneer hoogopgeleide en chemisch onderlegde lezers, dus kom maar op.
Het stampotje was overigens, naast funky, erg lekker.
Roggebrood? Gieten maar.
Saturday, June 7th, 2008
Zo af en toe zet meneer voet in Ikea. Niets menselijks is hem vreemd. Na het afrekenen volgt dan altijd het rondje door de Zweedse foodshop. Beetje speuren tussen driehonderd varianten ingemaakte haring. Maar meneer houdt niet van haring, dus kocht hij een pak roggebroodmix. Door middel van een inventief stickerbeleid stond de bereidingswijze in 21 talen op het pak. Ik heb de Japanse gebruikt, dus of ik het helemaal juist gedaan heb weet ik niet. Het kwam in ieder geval op het volgende neer: giet 600 ml water in dit pak. Schud. Giet het in een vorm, laat het rijzen en bak het af in de oven. Een Japanner kan de was doen.
En: verdomd geinig, wat ik u brom. Een smakelijk, doch enigszins zompig brood was het gevolg. Maar vooruit, roggebrood staat niet bekend om z’n luchtige aard. Het smaakte eigenlijk vooral naar een zompig, donkerbruin, heftig volkorenbrood. Met veel hele zaden enzo. Geen typische roggebroodsmaak. Ik kan het u aanraden. Een sneetje met boter en u hoeft de rest van de dag niet meer te eten.
Zweeds roggebrood lijkt dus niet erg op Fries roggebrood. Dat is maar goed ook, want daar houdt meneer niet van. Zijn aankoop was dan ook eigenlijk een beetje een risicovolle zet. Maar that’s meneer, Ikeabezoeker en daredevil.
Zo af en toe zet meneer voet in Ikea. Niets menselijks is hem vreemd. Na het afrekenen volgt dan altijd het rondje door de Zweedse foodshop. Beetje speuren tussen driehonderd varianten ingemaakte haring. Maar meneer houdt niet van haring, dus kocht hij een pak roggebroodmix. Door middel van een inventief stickerbeleid stond de bereidingswijze in 21 talen op het pak. Ik heb de Japanse gebruikt, dus of ik het helemaal juist gedaan heb weet ik niet. Het kwam in ieder geval op het volgende neer: giet 600 ml water in dit pak. Schud. Giet het in een vorm, laat het rijzen en bak het af in de oven. Een Japanner kan de was doen.
En: verdomd geinig, wat ik u brom. Een smakelijk, doch enigszins zompig brood was het gevolg. Maar vooruit, roggebrood staat niet bekend om z’n luchtige aard. Het smaakte eigenlijk vooral naar een zompig, donkerbruin, heftig volkorenbrood. Met veel hele zaden enzo. Geen typische roggebroodsmaak. Ik kan het u aanraden. Een sneetje met boter en u hoeft de rest van de dag niet meer te eten.
Zweeds roggebrood lijkt dus niet erg op Fries roggebrood. Dat is maar goed ook, want daar houdt meneer niet van. Zijn aankoop was dan ook eigenlijk een beetje een risicovolle zet. Maar that’s meneer, Ikeabezoeker en daredevil.
Pindakaas, dat maakt u toch zeker zelf?
Monday, June 2nd, 2008
In de serie “dingen die u voor minder geld en met minder moeite gewoon in de supermarkt kunt kopen” vandaag: pindakaas.
Men neme:
- Een zak van 500 gram reeds geroosterde en gezouten pinda’s
- Een scheutje olie (een eetlepel of twee)
- Een staafmixer of keukenmachine ofzo
Doe de pinda’s met de helft van de olie in de keukenmachine en hakken maar! Bij meneer duurde het even voordat de massa overging van ’stukjes gehakte pinda’ naar ‘pindakaas’. Er was nog een beetje extra olie voor nodig.
De pindakaas viel een stuk lichter uit dan de Calvé pindakaas uit de Wateetons voorraadkast. En hij smaakte ook anders, naar gemalen pinda’s, eigenlijk. Dochter Wateetons vertrouwde meneer’s variant in ieder geval voor geen cent.
Overigens kunt u ook rauwe pinda’s kopen, ze doppen, roosteren, zouten en vervolgens tot pindakaas vermalen. Maar meneer had nog meer te doen.
In de serie “dingen die u voor minder geld en met minder moeite gewoon in de supermarkt kunt kopen” vandaag: pindakaas.
Men neme:
- Een zak van 500 gram reeds geroosterde en gezouten pinda’s
- Een scheutje olie (een eetlepel of twee)
- Een staafmixer of keukenmachine ofzo
Doe de pinda’s met de helft van de olie in de keukenmachine en hakken maar! Bij meneer duurde het even voordat de massa overging van ’stukjes gehakte pinda’ naar ‘pindakaas’. Er was nog een beetje extra olie voor nodig.
De pindakaas viel een stuk lichter uit dan de Calvé pindakaas uit de Wateetons voorraadkast. En hij smaakte ook anders, naar gemalen pinda’s, eigenlijk. Dochter Wateetons vertrouwde meneer’s variant in ieder geval voor geen cent.
Overigens kunt u ook rauwe pinda’s kopen, ze doppen, roosteren, zouten en vervolgens tot pindakaas vermalen. Maar meneer had nog meer te doen.
oh-my-god
Friday, May 23rd, 2008
U weet het, meneer winkelt bij de LIDL, dus hij is wel wat gewend. Desondanks blijkt er een dieper dieptepunt te bestaan dan de kartonnen literpakken Schlöbberwein van de Duitse slavendrijver. Mijlen dieper. Meneer vond het bij ‘de Chinees’. Het was een cadeatje van de uitbater, omdat ons gezelschap iets te vieren had (het afstuderen met een 9,5 van zuster Wateetons junior, tussen twee haakjes). Meneer, de wijnkenner (sic) van het gezelschap, kreeg de fles in handen gedrukt.
Great China Wall. White wine. Sweet. Dat beloofde wat.
De achterkant beloofde nog veel meer: Gearomatiseerde drank op basis van wijn uit verschillende landen van de EU. Gearomatiseerde drank!?
De neus was ronduit bedorven. Een uiterst onaangenaam geurtje kwam er van de kurk en uit de flessenhals. Toen een voorzichtig slokje.
Oh
My
God
Een fles suikerstroop. Een hap honing uit 1952. Een liter gesmolten sinas-split. Cola zonder prik. Onaangemaakte grenadine. Papperige suikerspinresten in een prullenbak op de Dam.
De enige manier om de Great China smaak uit zijn mond en herinnering te krijgen bleek het nuttigen van drie literpakken Slöbberwein. Toen ging het wel weer.
U weet het, meneer winkelt bij de LIDL, dus hij is wel wat gewend. Desondanks blijkt er een dieper dieptepunt te bestaan dan de kartonnen literpakken Schlöbberwein van de Duitse slavendrijver. Mijlen dieper. Meneer vond het bij ‘de Chinees’. Het was een cadeatje van de uitbater, omdat ons gezelschap iets te vieren had (het afstuderen met een 9,5 van zuster Wateetons junior, tussen twee haakjes). Meneer, de wijnkenner (sic) van het gezelschap, kreeg de fles in handen gedrukt.
Great China Wall. White wine. Sweet. Dat beloofde wat.
De achterkant beloofde nog veel meer: Gearomatiseerde drank op basis van wijn uit verschillende landen van de EU. Gearomatiseerde drank!?
De neus was ronduit bedorven. Een uiterst onaangenaam geurtje kwam er van de kurk en uit de flessenhals. Toen een voorzichtig slokje.
Oh
My
God
Een fles suikerstroop. Een hap honing uit 1952. Een liter gesmolten sinas-split. Cola zonder prik. Onaangemaakte grenadine. Papperige suikerspinresten in een prullenbak op de Dam.
De enige manier om de Great China smaak uit zijn mond en herinnering te krijgen bleek het nuttigen van drie literpakken Slöbberwein. Toen ging het wel weer.
Meneer proeft zijn ingelegde paprika’s
Monday, May 19th, 2008
Lang voordat meneer zich Wateetons ging noemen kookte hij al. Voedingsmiddelen, onder andere. En eten. Op een mooie zomerdag in 2005 kocht hij een kilootje paprika’s en maakte deze in. Geen idee meer hoe, maar het zal iets met azijn, suiker en kruiden geweest zijn.
In de volgende maanden gaf zo hier en daar een potje van het gevarieerd gekleurde goedje weg aan jubilerende vrienden. Meestal ontdekte hij de vrucht van zijn pan dan de volgende verjaardag ongeopend achterin een voorraadkast. Éen potje bewaarde hij zelf, achterin zijn voorraadkast. Tot hij gisteren, na bijna drie jaar, plots de geest kreeg.
En wat bleek: niet te vreten. Veel te veel suiker.
Misschien moet meneer voortaan zijn maaksels eerst proberen voor hij ze weggeeft.
Lang voordat meneer zich Wateetons ging noemen kookte hij al. Voedingsmiddelen, onder andere. En eten. Op een mooie zomerdag in 2005 kocht hij een kilootje paprika’s en maakte deze in. Geen idee meer hoe, maar het zal iets met azijn, suiker en kruiden geweest zijn.
In de volgende maanden gaf zo hier en daar een potje van het gevarieerd gekleurde goedje weg aan jubilerende vrienden. Meestal ontdekte hij de vrucht van zijn pan dan de volgende verjaardag ongeopend achterin een voorraadkast. Éen potje bewaarde hij zelf, achterin zijn voorraadkast. Tot hij gisteren, na bijna drie jaar, plots de geest kreeg.
En wat bleek: niet te vreten. Veel te veel suiker.
Misschien moet meneer voortaan zijn maaksels eerst proberen voor hij ze weggeeft.
Voorn in de pan, dochter W. die smult ervan
Friday, May 16th, 2008
Het is zomer en warm (of dat was het) en dan krijgt meneer de drang om te vissen. Dochter Wateetons was meteen enthousiast. Een half uurtje later zaten we op een steigertje, met onze voeten in het water naar een dobber te staren. Meneer in ieder geval, dochterlief probeerde met verbaal geweld, plonzende steentjes en hele boterhammen de vissen te lokken. Welke methode effectiever was laat ik in het midden, maar een uurtje later gingen we met vier Blankvoornen en een Rietvoorn in een HEMA tasje weer op huis aan.
Ze stonken. Naar sloot. Maar na ontslijmen, ontschubben, onthoofden en ontdarmen (waarbij er nog een aantal vrolijk opgeblazen zwemblaasjes te voorschijn kwamen) waren ze weer lekker fris. De kleintjes haalde meneer door wat bloem en de grote probeerde hij te fileren. Niet zijn expertisegebied zullen we maar zeggen. Daarna drie minuutjes in de hete olie.
Ze waren lekker. Grondsmaak was in geen velden of wegen te bekennen. Helaas waren de graten rondom de buikholte, zelfs van de kleintjes, te hard om de voorntjes á la boquerones fritos in een hap naar binnen te werken. Het werd dus een beetje pulken. Zelfs dochter Wateetons, die normaal haar maag wens te vullen met niets anders dan salami, danoontje en kipvingers smulde van het verse voornvlees. Laaiend enthousiast belde ze mevrouw Wateetons: “we hebben visjes doodgemaakt en opgegeten! Ze smaakten net als chippies!”
ps. lezersvraagjevoordemensen: welke is de rietvoorn?
Het is zomer en warm (of dat was het) en dan krijgt meneer de drang om te vissen. Dochter Wateetons was meteen enthousiast. Een half uurtje later zaten we op een steigertje, met onze voeten in het water naar een dobber te staren. Meneer in ieder geval, dochterlief probeerde met verbaal geweld, plonzende steentjes en hele boterhammen de vissen te lokken. Welke methode effectiever was laat ik in het midden, maar een uurtje later gingen we met vier Blankvoornen en een Rietvoorn in een HEMA tasje weer op huis aan.
Ze stonken. Naar sloot. Maar na ontslijmen, ontschubben, onthoofden en ontdarmen (waarbij er nog een aantal vrolijk opgeblazen zwemblaasjes te voorschijn kwamen) waren ze weer lekker fris. De kleintjes haalde meneer door wat bloem en de grote probeerde hij te fileren. Niet zijn expertisegebied zullen we maar zeggen. Daarna drie minuutjes in de hete olie.
Ze waren lekker. Grondsmaak was in geen velden of wegen te bekennen. Helaas waren de graten rondom de buikholte, zelfs van de kleintjes, te hard om de voorntjes á la boquerones fritos in een hap naar binnen te werken. Het werd dus een beetje pulken. Zelfs dochter Wateetons, die normaal haar maag wens te vullen met niets anders dan salami, danoontje en kipvingers smulde van het verse voornvlees. Laaiend enthousiast belde ze mevrouw Wateetons: “we hebben visjes doodgemaakt en opgegeten! Ze smaakten net als chippies!”
ps. lezersvraagjevoordemensen: welke is de rietvoorn?
Ondertussen in Istanbul (5)
Tuesday, May 6th, 2008
Overigens moet me van het hart dat ik niet echt élke vorm van straatvoedsel heb geprobeerd. Er zijn grenzen. Zo heb ik de komkommer overgeslagen. Ik weet hoe een geschilde komkommer met zout smaakt. En dat geldt ook voor popcorn. En voor een broodje met plakjes tomaat had ik geen geld over. Het enige waar ik een beetje spijt van heb is het fruit dat ik niet proefde, ongetwijfeld waren de aardbeien hier vele malen lekkerder dan thuis. Nu ja.
Overigens moet me van het hart dat ik niet echt élke vorm van straatvoedsel heb geprobeerd. Er zijn grenzen. Zo heb ik de komkommer overgeslagen. Ik weet hoe een geschilde komkommer met zout smaakt. En dat geldt ook voor popcorn. En voor een broodje met plakjes tomaat had ik geen geld over. Het enige waar ik een beetje spijt van heb is het fruit dat ik niet proefde, ongetwijfeld waren de aardbeien hier vele malen lekkerder dan thuis. Nu ja.
Ondertussen in Istanbul (4)
Monday, May 5th, 2008
Meer dan 90% van de straatverkopers in Istanbul venten brood, maiskolven of gepofte kastanjes. Meneer betwijfelde of hij de resterende 10% inmiddels niet ook achter de kiezen had. Of 9% eigenlijk, want hij had in de afgelopen week één maal in het voorbij gaan een karretje met rijst en kikkererwten gezien. Culinair gezien geen hoogtepunt wellicht, maar je wilt je verzameling nou eenmaal compleet hebben. Rijst met kikkererwten werd dus zijn maandagmissie.
Tot zijn verbazing bleken de krochten van culinair Istanbul nog voor verschillende verrassingen te kunnen zorgen. Zo scoorde hij:
- Een bordje met suikerstroop doordrenkte cakes met room (YTL 2, €1)
- een bordje baklava-achtig spul, wederom doordrenkt met suikerstroop (YTL 2)
- een broodje gebakken lever, aardappeltjes en groente (YTL 3)
En tenslotte, na vier uur lopen en vierhonderd keer verdwalen op de Grand Bazaar was hij daar: De rijst met kikkererwten verkoper. Voor YTL 1,50 kreeg meneer zijn bakje met een vorkje en een servetje. Jubelend werkte meneer de lauwe koolhydraten naar binnen. Na de laatste hap, zeeg meneer uitgeput maar tevreden op een stoepje ineen. Het was hem gelukt. De twee kilo niervet, speknek en pijn in zijn rechterarm waren het allemaal waard. Meneer had de grote Istanbul Straatvoedsel Challenge getackelt.
’s Avonds las hij in zijn geleende Lonely Planet dat werd afgeraden in Istanbul rijst te eten omdat die een vervelende bacterie kon bevatten. Hm. Een zien hoe meneer de nacht doorkomt.
Meer dan 90% van de straatverkopers in Istanbul venten brood, maiskolven of gepofte kastanjes. Meneer betwijfelde of hij de resterende 10% inmiddels niet ook achter de kiezen had. Of 9% eigenlijk, want hij had in de afgelopen week één maal in het voorbij gaan een karretje met rijst en kikkererwten gezien. Culinair gezien geen hoogtepunt wellicht, maar je wilt je verzameling nou eenmaal compleet hebben. Rijst met kikkererwten werd dus zijn maandagmissie.
Tot zijn verbazing bleken de krochten van culinair Istanbul nog voor verschillende verrassingen te kunnen zorgen. Zo scoorde hij:
- Een bordje met suikerstroop doordrenkte cakes met room (YTL 2, €1)
- een bordje baklava-achtig spul, wederom doordrenkt met suikerstroop (YTL 2)
- een broodje gebakken lever, aardappeltjes en groente (YTL 3)
En tenslotte, na vier uur lopen en vierhonderd keer verdwalen op de Grand Bazaar was hij daar: De rijst met kikkererwten verkoper. Voor YTL 1,50 kreeg meneer zijn bakje met een vorkje en een servetje. Jubelend werkte meneer de lauwe koolhydraten naar binnen. Na de laatste hap, zeeg meneer uitgeput maar tevreden op een stoepje ineen. Het was hem gelukt. De twee kilo niervet, speknek en pijn in zijn rechterarm waren het allemaal waard. Meneer had de grote Istanbul Straatvoedsel Challenge getackelt.
’s Avonds las hij in zijn geleende Lonely Planet dat werd afgeraden in Istanbul rijst te eten omdat die een vervelende bacterie kon bevatten. Hm. Een zien hoe meneer de nacht doorkomt.
Ondertussen in Istanbul (3)
Monday, May 5th, 2008
Het was kutweer. Meneer liep koud, nat en underdressed door de tuinen van het Topcapi paleis. De enthousiaste SMS-jes uit het warme Hollandse hielpen zijn humeur niet. En waar waren al de eetkraampjes plots gebleven? Met een boek en veel koffie wachtte meneer betere tijden af.
Die kwamen, de profeet zij geloofd, en met jas, sjaal en toenemende honger in zijn buik zette meneer zich alsnog aan zijn straatvoedselmissie. Laat in de avond keerde hij tevreden en met een bol buikje terug naar zijn hotel. Wat een heerlijke stad.
Allereerst kocht hij, flanerend over de boulevard van de Marmarazee, een bosje onkruid, ogenschijnlijk, met peulen waarin op groene hazelnoten gelijkende vruchtjes zaten. Ze smaakten een beetje naar ongebrande pinda’s. Blijkbaar was dit straatvoedsel ook voor de gemiddelde Turk tamelijk onbekend, want meneer kreeg veel blikken. Of misschien at meneer het helemaal gewoon helemaal verkeerd en was hij het subject van achterrugs Turks gegniffel. De helft van de struik ging in de afval container want aan een pond mwoah-noten had meneer niet echt behoefte. Bovendien was hij nog maar net begonnen.
Toen waren daar de mosselen. Die had meneer enkele jaren geleden al wel eens gekocht om ermee te gaan vissen. Groot was zijn frustratie toen hij ontdekte dat de mosselschelpen gekruide rijst bevatten. Van vissen vangen kwam niet veel. Dit keer was meneer dus voorbereid op de ware inhoud van de mosselschelp. Het aanschaffen en eten is prachtig. Je gaat naast zo’n mannetje staan en zonder iets te zeggen schept hij met een soepel gebaar de rijst uit de schelp, knijpt er (veel) citroensap overheen en biedt hem je aan. Dit herhaalt zich tot je genoeg hebt gehad en dan reken je 50 YTL (€0,25) per schelp af. En het was heerlijk.
Een paar meter verder stond een dikke rij mannen rond een grillplaat. Aan de lopende band werden daar onder luid geschreeuw makreelfilets gebakken en met een hand rauwe uien op een broodje gekwakt. Een beetje dringen en 4 YTL later was meneer de gelukkige bezitter van een dergelijk broodje makreel. Tussen de talloze visser keek hij over het water en verslikte zich bijna in de ruggegraat.
Vocht is van straatverkopers moeilijker te bekomen dan eten. Maar enkele meters verderop stond zowaar een kraampje alwaar een manneke bekertjes vulde met een onduidelijk roodkleurig goedje. Dichterbij gekomen bleek hij een mengsel van augurk, zuurkool en sambal te verkopen, aangelengd met heel veel zuur zodat het op een drank leek. Lekker, vraagt u? Welnu, laten we zeggen dat wij van Wateetons de ervaring an sich belangrijker achten dan het daadwerkelijk culinair genot. Daarmee hebben we het denk ik wel een beetje samengevat. Overigens had de beker zuur een interessante sociale bijwerking. Waar meneer Wateetons als hoogblonde blauwogige Scandinavische half-god voorheen een gewillige prooi was voor Turkse restaurant hengelaars (”my friend! Where you from? Come see my restaurant? I make you very good price! Amsterdam? Kijkenkijkennietkopen!”) weken deze plots als de Rode zee uiteen nu meneer met een bekertje zuur door hun midden liep. Blijkbaar kán iemand geen buitenlander zijn als hij een dergelijk smerig goedje eet. Zuurkool als Turken-repellent, ik zie een markt voor TON-stemmers.
Onder de Galatabrug zakte hij, uitbuikend, in een fauteuil en bestelde hij thee en een waterpijp (met appeltabak, dus ook een beetje culinair). Voor hem hingen honderden lijnen waar af en toe een spartelend visje aan verscheen dat door de hengelaars op de brug binnen werd gehaald. Anderhalf uur, drie thee, zes suikerklontjes en vijf hoofdstukken later zette hij de terugtocht in. Die leidde langs een winkeltje waar hij zijn toetje haalde; twee zalige, verrukkelijke, geweldige, fantastische stukken baklava.
Meneer was volmaakt gelukkig.
Het was kutweer. Meneer liep koud, nat en underdressed door de tuinen van het Topcapi paleis. De enthousiaste SMS-jes uit het warme Hollandse hielpen zijn humeur niet. En waar waren al de eetkraampjes plots gebleven? Met een boek en veel koffie wachtte meneer betere tijden af.
Die kwamen, de profeet zij geloofd, en met jas, sjaal en toenemende honger in zijn buik zette meneer zich alsnog aan zijn straatvoedselmissie. Laat in de avond keerde hij tevreden en met een bol buikje terug naar zijn hotel. Wat een heerlijke stad.
Allereerst kocht hij, flanerend over de boulevard van de Marmarazee, een bosje onkruid, ogenschijnlijk, met peulen waarin op groene hazelnoten gelijkende vruchtjes zaten. Ze smaakten een beetje naar ongebrande pinda’s. Blijkbaar was dit straatvoedsel ook voor de gemiddelde Turk tamelijk onbekend, want meneer kreeg veel blikken. Of misschien at meneer het helemaal gewoon helemaal verkeerd en was hij het subject van achterrugs Turks gegniffel. De helft van de struik ging in de afval container want aan een pond mwoah-noten had meneer niet echt behoefte. Bovendien was hij nog maar net begonnen.
Toen waren daar de mosselen. Die had meneer enkele jaren geleden al wel eens gekocht om ermee te gaan vissen. Groot was zijn frustratie toen hij ontdekte dat de mosselschelpen gekruide rijst bevatten. Van vissen vangen kwam niet veel. Dit keer was meneer dus voorbereid op de ware inhoud van de mosselschelp. Het aanschaffen en eten is prachtig. Je gaat naast zo’n mannetje staan en zonder iets te zeggen schept hij met een soepel gebaar de rijst uit de schelp, knijpt er (veel) citroensap overheen en biedt hem je aan. Dit herhaalt zich tot je genoeg hebt gehad en dan reken je 50 YTL (€0,25) per schelp af. En het was heerlijk.
Een paar meter verder stond een dikke rij mannen rond een grillplaat. Aan de lopende band werden daar onder luid geschreeuw makreelfilets gebakken en met een hand rauwe uien op een broodje gekwakt. Een beetje dringen en 4 YTL later was meneer de gelukkige bezitter van een dergelijk broodje makreel. Tussen de talloze visser keek hij over het water en verslikte zich bijna in de ruggegraat.
Vocht is van straatverkopers moeilijker te bekomen dan eten. Maar enkele meters verderop stond zowaar een kraampje alwaar een manneke bekertjes vulde met een onduidelijk roodkleurig goedje. Dichterbij gekomen bleek hij een mengsel van augurk, zuurkool en sambal te verkopen, aangelengd met heel veel zuur zodat het op een drank leek. Lekker, vraagt u? Welnu, laten we zeggen dat wij van Wateetons de ervaring an sich belangrijker achten dan het daadwerkelijk culinair genot. Daarmee hebben we het denk ik wel een beetje samengevat. Overigens had de beker zuur een interessante sociale bijwerking. Waar meneer Wateetons als hoogblonde blauwogige Scandinavische half-god voorheen een gewillige prooi was voor Turkse restaurant hengelaars (”my friend! Where you from? Come see my restaurant? I make you very good price! Amsterdam? Kijkenkijkennietkopen!”) weken deze plots als de Rode zee uiteen nu meneer met een bekertje zuur door hun midden liep. Blijkbaar kán iemand geen buitenlander zijn als hij een dergelijk smerig goedje eet. Zuurkool als Turken-repellent, ik zie een markt voor TON-stemmers.
Onder de Galatabrug zakte hij, uitbuikend, in een fauteuil en bestelde hij thee en een waterpijp (met appeltabak, dus ook een beetje culinair). Voor hem hingen honderden lijnen waar af en toe een spartelend visje aan verscheen dat door de hengelaars op de brug binnen werd gehaald. Anderhalf uur, drie thee, zes suikerklontjes en vijf hoofdstukken later zette hij de terugtocht in. Die leidde langs een winkeltje waar hij zijn toetje haalde; twee zalige, verrukkelijke, geweldige, fantastische stukken baklava.
Meneer was volmaakt gelukkig.
Ondertussen in Istanbul (2)
Sunday, May 4th, 2008
Meneer is nog immer in Istanbul maar heeft nog maar weinig van de stad gezien. Gelukkig is zijn congres ten einde en kan hij zich aan de taak zetten waarvoor hij eigenlijk kwam: het proeven van elke mogelijke vorm van straatvoedsel. Hij is er vandaag extra vroeg voor opgestaan en heeft het hotelontbijt overgeslagen.
Toch zijn de afgelopen dagen niet geheel nutteloos geweest. Hij scoorde al een zakje gepofte kastanjes (jammie), een maiskolf (bah), een zakje gemengde noten (jammie/bah), een op een ronde hete bol gebakken pannekoek gevuld met die typische naar niks smakende Turkse kaas (desondanks: jammie), cirkelvormige brood (jammie) en tenslotte een bakje mij volledige onbekende kleine groene vruchtjes die eruit zien als een kruising tussen een onrijpe pruim en een mini-granny smith en smaken naar, well, ongeveer hetzelfde. Je eet ze met zout. “Shen” of iets dergelijks heten ze. Dikke Bah in ieder geval.
Maar genoeg geluld: de paden op, de lanen in!
Meneer is nog immer in Istanbul maar heeft nog maar weinig van de stad gezien. Gelukkig is zijn congres ten einde en kan hij zich aan de taak zetten waarvoor hij eigenlijk kwam: het proeven van elke mogelijke vorm van straatvoedsel. Hij is er vandaag extra vroeg voor opgestaan en heeft het hotelontbijt overgeslagen.
Toch zijn de afgelopen dagen niet geheel nutteloos geweest. Hij scoorde al een zakje gepofte kastanjes (jammie), een maiskolf (bah), een zakje gemengde noten (jammie/bah), een op een ronde hete bol gebakken pannekoek gevuld met die typische naar niks smakende Turkse kaas (desondanks: jammie), cirkelvormige brood (jammie) en tenslotte een bakje mij volledige onbekende kleine groene vruchtjes die eruit zien als een kruising tussen een onrijpe pruim en een mini-granny smith en smaken naar, well, ongeveer hetzelfde. Je eet ze met zout. “Shen” of iets dergelijks heten ze. Dikke Bah in ieder geval.
Maar genoeg geluld: de paden op, de lanen in!
Meer wilde asperges
Saturday, April 26th, 2008
Meneer heeft hij de wilde asperges door. De wilde asperge kent geen geheimen meer voor hem. Hij doorziet zijn diepste zijn. Hij heeft hem in de smiezen. Asperges? Een open boek!
Wat heeft hij geleerd over de wilde asperge (door door de natuur te struinen hé, geheel google-loos!)
- Op het Spaanse landgoed van de Wateetonsjes komen plenty asperge planten voor, maar
- het lijkt een beetje te laat voor eetbare wilde asperges, de meeste zijn al doorgeschoten
- Volgroeide aspergeplanten zien er in het geheel niet uit als asperges, maar een beetje als dennetakken. Met naalden en scherpe stekels. Dat maakt dat ze in eerste instantie lastig te vinden zijn.
- Aspergeplanten houden van schaduwrijke plekken
Meneer heeft hij de wilde asperges door. De wilde asperge kent geen geheimen meer voor hem. Hij doorziet zijn diepste zijn. Hij heeft hem in de smiezen. Asperges? Een open boek!
Wat heeft hij geleerd over de wilde asperge (door door de natuur te struinen hé, geheel google-loos!)
- Op het Spaanse landgoed van de Wateetonsjes komen plenty asperge planten voor, maar
- het lijkt een beetje te laat voor eetbare wilde asperges, de meeste zijn al doorgeschoten
- Volgroeide aspergeplanten zien er in het geheel niet uit als asperges, maar een beetje als dennetakken. Met naalden en scherpe stekels. Dat maakt dat ze in eerste instantie lastig te vinden zijn.
- Aspergeplanten houden van schaduwrijke plekken
Kaas aangesneden
Monday, April 14th, 2008
De altijd bescheiden meneer Wateetons kan er nu toch echt niet omheen: zijn recente kaarsvet-dipped kaasje is ronduit ge-wel-dig! Zacht, bijzonder romig en voor een jonge kaas (5 weken gerijpt op 5 graden) heel rijk van smaak. Eerder kaasjes waren nog wel eens te zout, zo niet deze. Uiteraard is meneer vergeten hóeveel zout hij er deze keer in heeft gedaan, dus aan die mededeling heeft u niks. Het experimentje met de gesmolten Xenos-kaars heeft goed uitgepakt, van indrogen was in het geheel geen sprake. Wel moet hij steeds de schilfertjes kaarsvet van zijn boterham vegen.
Het is dat op-de-borst slaan hem vreemd is (en hij het woord ‘topper’ nooit gebruikt), anders zou hij zeggen: meneer Wateetons, u is een topper.
De altijd bescheiden meneer Wateetons kan er nu toch echt niet omheen: zijn recente kaarsvet-dipped kaasje is ronduit ge-wel-dig! Zacht, bijzonder romig en voor een jonge kaas (5 weken gerijpt op 5 graden) heel rijk van smaak. Eerder kaasjes waren nog wel eens te zout, zo niet deze. Uiteraard is meneer vergeten hóeveel zout hij er deze keer in heeft gedaan, dus aan die mededeling heeft u niks. Het experimentje met de gesmolten Xenos-kaars heeft goed uitgepakt, van indrogen was in het geheel geen sprake. Wel moet hij steeds de schilfertjes kaarsvet van zijn boterham vegen.
Het is dat op-de-borst slaan hem vreemd is (en hij het woord ‘topper’ nooit gebruikt), anders zou hij zeggen: meneer Wateetons, u is een topper.