Categorieën

Archief

‘Maar wat is het’-week, potje 5

March 11th, 2010
Bookmark and Share

Chips maken, dat doen we gewoon zelf. Deel 1.

In de langlopende serie “dingen die u voor minder geld en met minder moeite gewoon in de supermarkt koopt” vandaag: chips.

Enkele weken geleden kocht meneer een frituurpan. Zomaar, opeens. Een stukje opwellingsgebeuren. En het moet gezegd, een bitterballetjes in het gapen der avond blijkt niet te versmaden. Maar de frituurpan biedt meer mogelijkheden dan een borrelhap uit de diepvries. Zelf snacks maken bijvoorbeeld. De frikadel wacht nog op meneer’s ontrafelig. Evenmin heeft meneer ooit zelf een kroket gemaakt, tot zijn schande. Om over de berenklauw of patatje kapsalon maar helemaal niet te spreken. Kortom, met de frituurpan boort meneer een nieuwe veelbelovende oliebron aan.

Maar vandaag dus chips. Die komen ook uit de frituur. Ultraplatte patat is het eigenlijk.

Meneer kocht een zak aardappelen. Die heeft hij normaal nooit in huis, koolhydraten enzo.Met de kaasschaaf, dunschiller en rasp sneed hij de aardappel in dunne plakken. Ongeveer twee of drie millimeter dik. Dat werkte eigenlijk allemaal even goed. De plakjes spoelde hij grondig af in water en depte ze vervolgens weer even grondig droog met keukenpapier. De aardappelplakjes gingen in de frituur, op 190 graden, voor een minuut of drie of vier. Na uitgelekt en met zout besprinkeld te zijn bleken ze precies wat meneer voor ogen had: chips. Crunchy. Vet. Lekker.

Hoe dunner het aardappelschijfje, hoe beter de chip. Dat wel. Een enkel wat dikker plakje was meer een soort plat patatje geworden. Ook lekker, maar niet de bedoeling. En dan nog iets, waardoor er dreigend “deel 1″  in de titel staat. De chips waren te bruin. Niet goudgeel, zoals in de winkel. De smaak was er niet minder om, maar toch. Misschien heeft het met de temperatuur van de olie te maken. Of moet meneer ze twee maal bakken, zoals patat. Hij gaat het uitzoeken en komt terug, met deel 2. Of 3, desnoods.

Gelukkig heeft hij nog genoeg aardappelen.

February 23rd, 2010
Bookmark and Share

‘Pero, que es esto’- week: potje 4

Zegt u het maar. Wat gist er in het struikgewas?

February 20th, 2010
Bookmark and Share

‘Maar wat is het’-week: potje 3b

‘Krak’ zei het dekseltje. En meneer’s pols. Die zat goed vast. De kastjaren hadden de inhoud verlijmd met het deksel. Er bleef een donkerbruine ring aan de binnenzijde achter. Meneer boog naar het potje. Een vuistslag van ui deed hem wankelen. Sjalotjes, in een bruinige drap. In tweede instantie was er ook een zurige geur. Azijn. Ingemaakte sjalotjes dus. De bruinige kleur deed balsamico vermoeden, maar daar was in de geur eigenlijk weinig van te bespeuren. Meneer probeerde wat van het vocht af te gieten voor nadere analyse. Wat schetste zijn verbazing: dat lukte niet. Pas na flink schudden droop er een dikke klodder uit. Niet stroperig, eerder gelei-achtig. Onsmakelijkachtig ook wel. Azijngelei, meneer’s maag gaat er niet van knorren. Met een vork door de uiengelei heen prikkend ontdekte meneer geen andere ingrediënten. Het moet een inspiratiearme dag geweest zijn.

En toen, het proeven. Een likje van de azijngelei onthulde toch nog een andere ingrediënt: suiker. And plenty of it. De sjalotjes zelf waren zacht geworden, maar zeker niet papperig. Ze smaakten naar, tja, ui met suiker en azijn. Maar niet bedorven. Gewoon een beetje gewoontjes. Helemaal zeker weet meneer het niet. Hij vond het maar eng. Azijngelei, suiker, ui en 2003. Een dodelijke combinatie, althans in zijn hoofd. En hij had net zo’n zin in zijn weekend. Een paar kleine hapjes dus en de uien vonden, na nog even met pervers genot uitgeknepen te zijn, hun weg naar de Wateetons-vuilstort.

February 19th, 2010
Bookmark and Share

‘Maar wat is het week’: potje 3a

De recente ‘maar wat is het’ aflevering waarin meneer direct onthulde ‘wat het is’ leidde tot gemor onder het volk. Een ‘maar wat is het’-onwaardige exercitie, zo meende u. Daarom doen we het met potje drie anders. U raadt eerst. Daarna opent, proeft, onthult en braakt meneer het goede antwoord.

Dus, aan de slag. Wat is het?

February 16th, 2010
Bookmark and Share

‘Maar wat is het week’ : potje 1 en 2

Het jaartal op het deksel deed vermoeden dat de geel-bruinige vloeistof dit jaar zijn lustrum viert. Vijf jaar achter in de kast van meneer, een carrière waar menigeen voor zou tekenen. De vloeistof was helder, met een laagje prut op de bodem. Geen evidente tekenen van schimmel, het vacuumzegel niet verbroken. Goede tekenen. Het kostte meneer behoorlijk wat kracht om de deksel er vanaf te schroeven. Geen gesis, ontploffing of anderszins tekenen van gisting. Met de deksel eraf had de vloeistof en wat roodachtige gloed. Het was natuurlijk appelsap. Van echte appels van het terrein rond het Wateetons buitenhuisje. Verkregen middels de stoomontsapper. Dat ding dat waterige appelsap geeft die smaakt naar appelmoes. Jammie.

Het sap rook naar appelsap, met een vleugje appelmoes en een vleugje vochtige kelder. Net niet helemaal fris. Op basis van de geur durfde meneer wel een slokje te nemen. En verdraaid, het smaakte naar appelsap. Met een vleugje appelmoes en vochtige kelder. En teveel water. Bijna precies even weinig indrukwekkend als het vijf jaar eerder het potje in was gegaan. Meneer nam ook een slokje uit het tweede potje, met hetzelfde resultaat. Misschien iets minder keldersmaak. Kortom, wat hebben we geleerd: stoomextractie levert weinig verheffende, maar wel bijzonder lang houdbare, appelsap op.

Hoppatee, in de gootsteen ermee.

February 15th, 2010
Bookmark and Share

‘Maar wat is het’ week

Tijdens de grote voorraadkastschoonmaak van afgelopen weekend (meneer heeft de hele nacht liggen snotteren van ontroering op de keukenvloer en heft dreigend zijn vuist naar huisgenoten die het in hun hoofd halen de gulden snede van hagelslag, sojasaus en paneermeel te verstoren) stuitte meneer op een achterhoedeplank met potjes en flesjes van onduidelijke oorsprong en inhoud. Zeker was alleen dat meneer ze zelf gevuld had. Ooit. Ergens. Met iets.

De komende week zal meneer elke dag een potje openen en in detail de verrassende smaak-, geur- en toiletervaring met u delen.

U mag al een gokje wagen: wat is het?

February 15th, 2010
Bookmark and Share

Droog

(Deze week vervangt meneer Janneke Vreugdenhil in NRC Next.)

Deze week gaan we conserveren, een spannende hobby. Immers, als de sperziebonen een keertje mislukken doordat je ze te lang gekookt hebt is er niet veel aan de hand. Een beetje papperig, een bejaardenflatlucht in je huis. Ach. Hoe anders is het als je ingemaakte sperziebonen, na maanden in het zout, mislukt blijken. Of als je na consumptie merkt dat je gedroogde vlees toch niet helemaal goed gedroogd was. Dagenlang bilateraal wc-bezoek is je lot, als je geluk hebt. Als je pech hebt: de dood. Spannend dus. Maar, het culinair genot van deze hobby maakt het risico op overlijden ruimschoots goed. Of in ieder geval een beetje.

Geconverseerd voedsel is namelijk lekker. In veel gevallen zelfs lekkerder dan het basismateriaal waar het van gemaakt wordt. Zo zal iedereen erkennen dat een salami superieur is aan een braadworst en de zilte ansjovisfilet op je pizza aan saaie verse visje dat als de basis dient. Culinaire redenen genoeg dus om aan de slag te gaan met het conserveren van voedsel. Vandaag beginnen we met drogen.

Door te drogen onttrek je water aan je vis, vlees, groente of vruchten waardoor bacteriën niet meer kunnen groeien. Een bijkomend voordeel is dat je door het verwijderen van al dat water meer smaak in het eindproduct overhoudt. Een product is voor de eeuwigheid gedroogd is wanneer het tweederde tot driekwart van zijn oorspronkelijk gewicht heeft verloren. Let wel, dan zijn de meeste etenswaren oneetbaar hard geworden. Offer dus liever een beetje houdbaarheid op ten gunste van sappigheid. De helft gewichtverlies is een goede vuistregel. Bekende gedroogde producten zijn gedroogde ham, gedroogde worst en zongedroogde tomaten. Hammen en worsten droog je in de kelder. Klein grut, zoals zongedroogde tomaten droog je gewoon in de oven.

Biltong

  • 400 gram biefstuk
  • 200 m azijn (bij voorkeur appelazijn)
  • 3 theelepels grof gevijzeld korianderzaad
  • een eetlepel bruine suiker
  • 3 theelepels grof zee zout
  • 3 theelepels grof gemalen peper

Biltong is een Zuid-Afrikaanse variant op het in de Verenigde Staten erg populaire beef jerky: gekruid en gedroogd rundvlees. Snijd de biefstuk in stroken van ongeveer een halve centimeter dik en marineer deze een nachtje in de azijn. Dep de reepjes droog en bestrooi ze met de kruiden. Leg de reepjes op een rooster in de oven die ingesteld staat op 90 graden. Zorg dat de ovendeur op een kier staat, met de ventilator aan. Zo kan het verdampte vocht weg. Na een uur of twee zullen de reepjes ongeveer de helft van hun gewicht verloren hebben en klaar zijn voor consumptie of bewaren. Tip: biltong is extra lekker als je het maakt van allerlei bedreigde Afrikaanse dieren.

February 8th, 2010
Bookmark and Share

Op jacht in de dierenwinkel: insecten

Meelwormen. Ze waren meneer bijzonder goed bevallen. Zo goed zelfs, dat hij ze tegenwoordig met groot succes aan zijn vrienden serveert op zaterdagavond tijdens het voetbal kijken. Of zoiets. Meneer heeft tv, noch vrienden, noch voetbalinteresse. En eigenlijk ook geen vrije zaterdagavonden. Maar die meelwormpassie, die is echt. Maar waar haal je meelwormen vandaan? Meneer kan toch niet elke zaterdagmiddag vanuit Die Hele Grote Stad naar de Veluwe rijden in de hoop dat daar voor veel geld geen forellen zullen bijten?

De dierenwinkel om de hoek bood, tot zijn verbazing, uitkomst. Meelwormen zijn namelijk niet alleen geliefd bij meneer maar ook bij hagedissen en meer van zulks. Voor een paar euro kreeg meneer genoeg om zijn maag te vullen, of in ieder geval indruk te maken op zijn imaginaire voetbalvrienden. Spannender werd het toen meneer naast de grote meelwormenbak in het donker meer geleedpotigheid zag kruipen. “Krekels” zo deelde het nietsvermoedende winkelmeisje mee. “maat 6, 7 en 8″. Nou, doet u maar een maatje 7 dan. Lekker veilig. Voor zover je daarvan kan spreken bij het aanschaffen van insecten voor consumptie. Verdomd, dat was nog niet alles! Sprinkhanen! Ook nog! Meneer kon zijn entomologische opwinding nauwelijks onderdrukken. Het meisje begon nu toch wel een beetje angstig te kijken. Meneer hees zijn broek op en rende de winkel uit.

Thuis gekomen bekeek hij zijn vangst nog eens. Zeven sprinkhanen. En een dode. Forse jongens. Voor 2,50. Niet bepaald gratis. En een stuk of 20 krekels, en evenzoveel dode. Ook voor 2,50. Een slechte deal, hij had kritischer moeten zijn. Volgende keer maatje 8. Liefde, meer specifiek entomogeilheid, maakt blind. Dat weet iedereen.

Hij zette een pan met olie op het vuur. Hmm. Hoe nu de sprinkhanen uit hun bakje te halen? Ze heten niet voor niets zo, sprinken kunnen ze als de beste. En hoe zit dat eigenlijk met krekels. Die tjirpen, dat wist meneer wel. Alhoewel ze zich nu stil hielden. Zul je net zien. Maar springen? Het bakje leeg kieperen boven de olie was geen optie vanwege de grote hoeveelheid dode dieren alsmede etensresten en uitwerpselen. Uiteindelijk maakte meneer, geadviseerd door Watpleegtons, een gaatje in de hoek van elk bakje, groot genoeg voor een insect. Stuk voor stuk schudde hij ze eruit. Met matig succes. Met name de krekels zaten door de hele keuken.  Die sprinken dus ook. Mevrouw was al niet erg gelukkig met meneer’s aankoop….

De bereiding bestond uit het een voor een van grote afstand smijten van de krekels en sprinkhanen in de kokende olie. Evenmin iets dat op mevrouw’s waardering kon rekenen. Maar het zag er wel grappig uit. Een paar seconden sissen, waarna ze eruit geschept werden om wat uit te lekken en bezout en bepeperd te worden. Ik zeg u, jammie! Zeer smakelijk. Om niet te zeggen: ronduit lekker. Notig, met een duidelijk smaakverschil tussen de krekels en de sprinkhanen. Een aanrader, culinair gezien.

Nu nog iets vinden op het vang-naar-de-pan probleem. Sprinkhanenborstfilet?

January 29th, 2010
Bookmark and Share

Dingen die er toe doen: kokosbrood

In de langlopende serie ‘dingen die u met minder moeite en voor minder geld gewoon in de supermarkt kunt kopen’, vandaag beleg waarover je zelden iemand hoor opscheppen bij de koffieautomaat. Beleg dat iedereen kent, maar dat niemand vanochtend nog op zijn brood at. Beleg dat het vooral moet hebben van expats met een nostalgische inborst die een communicatiedingetje doen in Dubai. Kokosbrood dus. De boterhamworst onder de zoetwaren.

Het was, qua ‘ah shit’ momenten, een wat armoedige exercitie. Meneer zegt het er maar even bij. Dat de ‘ah shit’-fetisjisten onder u de rest van dit stukje kunnen overslaan. Het ging allemaal verbazingwekkend soepel. Meneer kreeg de zucht naar zinloosheid, kocht op de bonnefooi wat ingrediënten en des avonds al gooide hij voldaan zijn zelfgemaakte kokosbrood in de prullenbak.

Kokosbrood

  • 100 gram kokos
  • 100 gram druivensuiker
  • vier plakjes gelatine
  • 75 ml water
  • voedselkleurstof

Meng de suiker met de kokos. Week de gelatine in het water. Verwarm het water totdat de gelatine is opgelost. Voeg het kokos-suiker mengsel toe en roer. Stort de klonterige en plakkerige massa in een vorm, het liefst iets rechthoekigs om straks die karakteristieke kokosbroodvorm te krijgen.  Laat een paar uur opstijven in de koelkast. Verwijder de vorm en snij met een scherp mes het kokosblok in dunne plakken. Kokosbrood! Voor een vrolijke, en erg kokosbroodesque, marmering verdeel je de ingrediënten bij aanvang in twee porties en voeg aan een van de porties kleurstof toe.  Roze natuurlijk.

January 12th, 2010
Bookmark and Share

Ga je dood van verkeerde koffiemelk?

SNC02231SNC02232SNC02233SNC02236SNC02234

Speciaal bestemd voor Illy koffie. Dat stond er op het kuipje. Meneer, met zijn bijna 36 jaar de puberteit nog altijd niet ontgroeid, werd er een beetje recalcitrant van. Dat beslist hij zelf wel! Daarnaast was er natuurlijk wetenschappelijke interesse. Want wat zou er gebeuren als hij de Illy koffiemelk in, zeg, een bakkie Segafredopleur zou pleuren. Niets? Een knal? Schifting? De Illypolitie? De dood? Enige bezorgdheid kwam er ook bij kijken. Een verwarrende maelström van gevoelens en gedachten op de dinsdagochtend.

Hij nam allereerst maar eens gewoon een slokje.  Een dikkige substantie, plakkerig eerder dan romig, met een hint van caramel. Typisch geschikt voor Illy-koffie? Hij wist het niet, dit was de eerste keer dat hij pure koffiemelk uit een kuipje dronk. Of uit enig ander omhulsel, eigenlijk. Met zijn aangebroken kuipje liep hij naar de volgende koffieverstrekker, alwaar men Segafredo schenkt. Wat schetste zijn verbazing: “speciaal voor Segafredo” op de, identiek ogende, kuipjes. Meneer nam allereerst maar eens even een slok.  Dik, plakkerig, caramel…. Tot zover weinig reden tot zorg, anders dan dat pure koffiemelk dus universeel smerig is.  Hij bestelde, zijn Illykuipje achter zijn rug verbergend, met een rode kop een “gewone koffie”. Eeneurotwintig later kon het experiment aanvangen. Hij schonk, daarbij geholpen door zijn lieftallige assistente A., de helft van de Segafredo koffie over een plastic bekertje. Dat onmiddellijk verschrompelde onder de hitte (of samenstelling?) van de Segafredo koffie. Drie dubbele lagen plastic waren nodig om de invloed van de koffie in te dammen. Hij nam zijn kuipje Illymelk en een kuipje Segafredomelk en terwijl zijn assistente de koffiedames en gasten afleidde door te doen alsof ze ging baren leegde meneer snel zijn twee kuipjes in de respectievelijke halve kopjes koffie.

Geen knal, geen klomp bovendrijvend vet, geen schifting. Een voorzichtig slokje: geen zure smaak of branderig gevoel, schokkende spieren noch hartritmestoornissen.  Eigenlijk was er helemaal geen verschil te bemerken tussen de twee kopjes koffie. Zelfs de ambulancebroeders proefden geen verschil.

Conclusie: Koffiemelk bestemd voor Illy koffie kan zonder gevaar voor uw gezondheid gedronken worden in Segafredo koffie. Verder onderzoek moet uitwijzen of het ook met andere merken, zoals Douwe Egberts, samengaat.

December 11th, 2009
Bookmark and Share

Cola-prosecco, omdat het kan

P1010162colawijncolaprosecco

Suiker + gist =  alcohol. Met die gedachte keek meneer op een alcoholloze zondagmiddag in oktober eens om zich heen. Hij had broodgist en hij had cola.  En cola bevat 10% suiker. Hatsakidee! Colawijn! Dat zou (eindelijk) wel eens zijn road to fame alsmede riches kunnen zijn. Als het met het absurde dropshot gelukt is…

Na een week of twee bubbelen en vies ogen was de vaste bruine stof naar de bodem van de emmer gezonken, daarboven een maagdelijk blanke laag , tja, coladerivaat achterlatend. Door de extra toegevoegde suikers had het goedje een respectabel alcoholpercentage van ongeveer 9%. Meneer proefde. Er was voldoende suiker achtergebleven. Het smaakte nog steeds wel naar cola. Zoete cola met alcohol, colawijn! Het zag er alleen niet uit als cola, de colakleur lag op de bodem van de emmer.

En toen. Twee liter zoete colawijn, daar had meneer eigenlijk geen trek in. Bovendien was het geen zondagmiddag meer. De drank werd dus gebotteld en ging de kast in, rijpen, en wachten op vrienden met een avontuurlijke smaak en dito maag.

Tot vandaag. Meneer weet niet waarom. Het zal de zondag wel weer geweest zijn. Hij wilde zijn cola nog eens proeven. De dop ging open met een sis: koolzuur! De vergisting was op de fles rustig doorgegaan. De colawijn was colabubbeltjeswijn geworden. Nog mooier, nog hipper, nog lekkerder.

Cola-prosecco!

November 15th, 2009
Bookmark and Share

Zuipen met sleepruim

P1010205P1010211P1010207P1010212

Het onder de ogen van verwarde kindertjes verschalkte pondje pruimen heeft, na het vriesvak, haar bestemming gevonden. De fles! Meneer plette de zachtgevroren sleepruimen tot moes en zette ze op vodka en gin, waarbij aan die laatste ook een schep suiker, twee kruidnagels en een kaneelstokje werd toegevoegd: Sloe gin. Helaas paste zowel niet alle gin, noch de vodka, in de betreffende potten. Daar moeten we dus een andere bestemming voor vinden.

Lastig.

November 11th, 2009
Bookmark and Share

Ah shit

verrottingverrotting

Meneer en melkzuurvergisting blijven onverminderd vijanden. Wederom had meneer getracht het wetenschappelijk aan te pakken. Drie identieke potjes met 6% zoutoplossing, met in elk fijne sperzieboontjes en gezellige kruiden. Elk potje liet hij vergisten op een andere temperatuur, te weten op het aanrecht (kamertemperatuur), in de berging (15 graden) en in de koelkast (5 graden).

Het resultaat: rotting a go go, zonder aanziens des temperatuurs.

De tyfus.

November 9th, 2009
Bookmark and Share

Plons

P1010210

En we wachten af.

November 8th, 2009
Bookmark and Share
volgende pagina »

Wattwittertons

Links

Anthosia3c Sponsored by Web Hosting

Images is enhanced with WordPress Lightbox JS by Zeo