Gratis pruimen?
U moet wel opschieten, ze zijn nú rijp, lekker en ze vallen en masse op het fietspad waar meneer ze elke dag verder tot moes fietst.
U moet wel opschieten, ze zijn nú rijp, lekker en ze vallen en masse op het fietspad waar meneer ze elke dag verder tot moes fietst.
Onder de met zes kilo bakstenen verzwaarde snijplank-tomaat-snijplank constructie zat een korreltje suiker, zand, of iets dergelijks dat als gevolg van het schuiven van het gevaarte een onuitwisbare groef trok door het Wateetonsaanrecht. Ah, shit, daar gaat de verkoopwaarde van huize Wateetons.
Meneer en zongedroogde tomaten zijn geen vrienden. Allereerst omdat deze, samen met pijnboompitten en zelfgemaakte pesto, zó begin jaren ’00 zijn. Maar ook omdat meneer het vooralsnog niet voor elkaar heeft gekregen ze zelf te maken. Uit de mode en in het kruis gegrepen, een giftige combinatie. Aan de culinaire mode kan meneer niet zoveel doen, maar voor het oppoetsen van zijn ego heeft hij veel over. Hij zal niet rusten voor hij goede zon/ovengedroogde tomaten heeft gemaakt.
Na het vorige debacle, waarbij na 18 uur de tomaten verre van droog waren, kreeg hij van u meerdere waardevolle tips. Er waren er die de temperatuur die meneer gebruikte bekritiseerde: 50 graden is te laag, 75 of 100 is beter. En dan waren er de pre-droog-tips: men stelde voor de natte binnenkant van de tomaat te verwijderen om deze zo alvast veel vocht te ontnemen. Of, de tomaten tussen wat keukenpapier onder druk te ontdoen van hun vocht alvorens hen aan de oven te onderwerpen.
Meneer besloot alle raad in een keer op te volgen.
Hij kocht een bakje tasty toms en verdeelde die in twee groepen. De ene helft sneedt hij doormidden, en legde ze op een snijplank tussen een paar lagen keukenpapier. Daarbovenop kwam weer een nieuwe snijplank en circa 6 kilo aan bakstenen. Dit liet hij 4 uur zo staan. De tomaten bleken qua vorm behoorlijk bestand tegen de druk van de stenen, maar ze lieten wel veel vocht los. Na zout, peper en wat suiker te hebben toegevoegd gingen deze tomaten (272 gram) in de oven die op 90 graden was ingesteld. De andere ongeplette helft sneedt meneer doormidden, ontpitte ze en deze (145 gram) gingen, gezouten, gesuikerd en gepeperd ook gezellig in de oven.
Na 4,5 uur woog groep 1: 85 gram. Een gewichtsverlies van 69%. Ze zagen er goed uit, maar net nog niet helemaal klaar. Meneer liet ze nog een uurtje liggen waarna ze uiteindelijk 77% gewicht kwijt waren. Dat is een mooie score. Nog net een beetje sappig. En ze smaakten goed! Het gewicht van groep 2 bedroeg na dezelfde 4,5 uur: 17 gram, 89 % gewichtsverlies. Dat was misschien een beetje teveel van het goede. Het waren een soort tomatenchips geworden. Ook lekker, maar niet helemaal de bedoeling. Ze zagen er ook wat minder gezellig uit. Maar gezellig is ook zó jaren ’00, dus dat moet misschien maar niet uitmaken.
De conclusie: pre-drogen middels persen en een oven op een hoge temperatuur levert geslaagde ovengedroogde tomaten op. Missie geslaagd. Meneer’s ego in volle opgeblazenheid hersteld. Nu weer snel back to the culinaire future.
UPDATE: Geheel merkte M. op dat het feit dat groep 2 verdroogd was na 4,5 uur niet betekent dat deze methode niet werkt. Misschien hebben ze gewoon minder droogtijd nodig. Meneer nam daarom de resterende tomaten (4 stuks) en droogde ze nogmaals, doorgesneden en ontpit, op 90 graden. Na drie uur wogen ze een kleine 25% van hun oorspronkelijk gewicht en deden niet onder voor hun nog gevulde, maar tijds- en stroomrekeningintensieve soortgenoten. Beide methoden werken dus prima.
Een vermetele oorwurm heeft getracht toegang te krijgen tot de zoet geurende lekkernij die meneer’s gistende vlierbessenwijn is. Dapper, maar hij heeft het niet gehaald.
Een van de paardenbloemwijnflessen die rustig in een kastje in buitenhuize Wateetons staan te rijpen kon de spanning niet aan. De toegevoegde zes theelepels suiker hadden ergens in de afgelopen twee weken de druk te hoog doen oplopen. *Plop*. De flessen met drie theelepels suiker evenals die zonder toegevoegde suiker waren nog gewoon gesloten. Volgende keer maar champagnekurken gebruiken.
Het moest er maar eens van komen, illegaal stoken in (buiten)huize Wateetons. Meneer is een man of niet. En hoewel de Methode Mulder zich redelijk succesvol had bewezen was meneer op zoek naar een wat robuster, minder arbeidsintensief en brandblaarvoorkomend alternatief. Dus zie hier: anderhalve meter 12 mm buigbaar koper uit de schuur, een koperen buis van de zelfde diameter uit de bouwmarkt (te buigen met een buigtang), een emmer waar je niks meer mee doet, een liter Portugiesischer rosé, een kookthermometer, een kookplaatje en een Erlenmeyer. Die laatste heb je misschien niet staan, maar denk ook eens aan een fluitketel waar je een goede rubber of kurken stop voor probeert te vinden. En geduld, laten we dat niet vergeten. Meneer en schoonmeneer Wateetons hebben uren vol verwachting naar het droge pijpuiteinde zitten staren, want het duurde erg lang voor de eerste druppels verschenen. Eerst moet het hele apparaat verwarmd zijn, anders condenseert de alcohol te vroeg en drupt het gewoon terug in de wijn. Bovendien hadden we de windingen niet helemaal netjes gemaakt waardoor er alcohol in bleef staan in plaats van door te stromen in onze verlangende monden.
Maar tóen hij kwam, was de beloning ook groot. Een ongemeten, maar knetterhoog alcoholpercentage zetten onze kelen en harten in vlam. En het smaakte nog helemaal niet vies ook. Ondanks de prut die uit de tientallen jaren oude koperbuis meekwam. Kortom, missie geslaagd. Maar er is nog voldoende werk aan de winkel. De hoeveelheid gewonnen alcohol was bijvoorbeeld nogal beperkt. Na een paar uur voorbereiden, bouwen, en wachten waren meneer en schoonmeneer het wel zat. De volgende keer gaan ze voor de productie. De windsels moeten ook herbogen worden zodat ze allemaal netjes naar beneden lopen, en de temperatuur moet beter in de gaten gehouden worden om een zo zuiver mogelijk destillaat te krijgen. En die lekkende emmer hielp ook niet. Maar eerst een paracetamolletje tegen de kater.
oh, en methanol? schmetanol!
Uit de langlopende serie ‘dingen die u voor minder geld en met minder moeite gewoon in de supermarkt kunt kopen’, vandaag: zilveruitjes augurken. Of liever: partysticks. Goedkoop en een beetje verschrikkelijk ordinair. Gaat uitstekend samen met blokjes jongbelegen kaas of plakjes cervelaatworst. Die dus. Die wilde u altijd als eens maken, toch? Meneer in ieder geval wel.
Zilveruitjes Partysticks zijn uitjes komkommers in het zuur. Ui + zuur = zilverui party+stick = partystick. Meneers brein kon het nog net bevatten. Maar, er zijn meerdere wegen die naar zuur leiden. Zo is daar: het toevoegen van zuur. Eenvoudig, rechtdoorzee. TON-style. Daar houdt meneer van. Je pleurt je komkommer uien in azijn en klaar ben je. Maar je hebt ook: het creëren van zuur. Middels fermentatie. Jurgen heeft het al wel eens uitgelegd en meneer probeerde het al eens, voor zijn doen, opvallend succesvol met bloemkool, kool en prei. Fermenteren is eleganter, en je hoeft het woord pleuren niet te gebruiken. Dat kan een voordeel zijn. Tenslotte, zo bleek uit het boek ‘houdbaar en heerlijk’, je kunt deze twee ook combineren. Je uien komkommers PLEUREN in zout én zuur.
Meneer besloot het wetenschappelijk aan te pakken en vergelijkend onderzoek te doen naar deze drie methoden. Hij kocht daartoe een kilo sjalotten komkommer. Dat zijn toch geen zilveruitjes augurken, hoort hij u zeggen. Welnu, als u voor hem verse zilveruitjes augurken heeft dan hoort hij het graag, maar kon ze nergens vinden. De sjalotjes pelde hij daarom dusdanig ver dat ze allemaal ongeveer even klein waren. Leek het nog wat.
Voorbereiding
Hij nam drie potten. In alle drie deed hij een mengsel van wat peperkorrels, foelie en kruidnagel mosterdzaad, peperkorrels en dragon.
Hij draaide de potten dicht en draaide ze 18 dagen later weer open.
Proeven
Pot 1: bremzout! Wel met een redelijk bite, niet eens zo sterk verschillend van verse komkommers.
Pot 2: zacht, zompig en beschimmeld. Eng geurtje. Meneer durfde eerst niet eens te proeven. Hij vermande zich en concludeerde: evenzo eng smaakje. En een beetje aan de zoute kant.
Pot 3: zachte prut geworden. Glibberig en slijmerig. Hij wilde proeven maar dacht aan het verdriet van zijn bloedjes van lezers als zij straks niet langer meneers epistels zouden kunnen lezen. In de wc dan maar.
Wat hebben we nu geleerd?
Meneer heeft een missie. Dat is gezond. Het houdt hem van de straat en de drank. (Hoewel de betreffende missie niet geheel zonder de inspirerende werking van die laatste vorm kreeg).
Na een middag verhit discussiëren over de onterechte status van de dolfijn als sociaal, intelligent en met esoterische communicatievaardigheden behept opperwezen en de onzin van de helende werking van dolfijnenzwemmen voor autisten, mongooltjes, NLD-ers, MCDD-ers en PVV-ers besloot hij een daad te stellen. Hij gaat een dolfijn eten. Of een stuk in ieder geval. Dat zal ze leren.
Dus: heeft u een dolfijn? Laat het even weten.
Hoe geinig. Tijdens een wandelingetje trof meneer in de buurt van huize Wateetons in een volkstuintje een heuse wijngaard aan. Een stok of 50 schat hij. Zou dat wat opleveren?
Anthosia3c Sponsored by Web Hosting